Verhoeven

Deze pagina is gewijd aan het werk van de Nederlandse filosoof en essayist
Cornelis Verhoeven (1928-2001). Verhoeven is bekend geworden door een aantal boeken en essaybundels waarin ‘verwondering’ centraal staat. Als zijn hoofdwerk wordt beschouwd Inleiding tot de verwondering uit 1967. Daarnaast schreef hij onder andere Het grote gebeuren (1966), Bijna niets (1970), De resten van het vaderschap (1975), Tractaat over het spieken (1980) en, over Plato, Mensen in een grot (1983) en De ogen van Plato (2000). Over zijn grote verzameling woorden en uitdrukkingen schreef hij Het besef (1991), Een register (1995), Dierbare woorden (2002) en, postuum, Alledaagse mijmeringen (2021). Zijn jeugdherinneringen legde hij vast in De glans van oud ijzer (1996).

Verhoeven houdt me op dit moment erg bezig. In mijn boek Opvoeding en onderwijs tussen geduld en ongeduld (2019) wijdde ik al een paragraaf aan zijn denken over uitstel, geduld en vertraging. Ik geef hier nu op verschillende manieren een vervolg aan.

In juni/juli 2022 verschijnt: Rondom Cornelis Verhoeven

Rondom Cornelis Verhoeven. Ruimte voor vertraging in filosofie en onderwijspraktijk verschijnt in juni/juli 2022 bij Uitgeverij Garant, in Antwerpen/Apeldoorn. ISBN 978-90-441-3874-0. Circa 175 pp, prijs ca 19,50 €.

De globale inhoudsopgave ziet er zo uit:

1 Wie was Cornelis Verhoeven?
1.1 Leven
1.2 Werken
1.3 Thema’s
2 Onderwijs als geschenk
3 Onderwijs als verwondering
4 Onderwijs als geduldpraktijk
5 Onderwijs als ‘diepe’ praktijk
Nawoord: vertraging in filosofie en onderwijspraktijk

Het schrijfproces

*Het is nu half november 2021 en langzaam maar gestaag worden de contouren duidelijk. Hoofdstuk 1, dat vooral biografisch getint is, is af. Ook hoofdstuk 2 is zo goed als af. Hoofdstuk 3 is het centrale hoofdstuk; hier ligt voor mij de opgave om het mysterieuze verschijnsel van de verwondering toch enige handen en voeten te geven richting de onderwijspraktijk. Ook dit is zo goed als klaar. Hoofdstuk 4 staat in de steigers; het is een vrij beknopt hoofdstuk, omdat ik in mijn Geduld-boek al het nodige hierover heb geschreven en mezelf niet wil herhalen. Ik heb er wel wat nieuwe gezichtspunten in kunnen verwerken. Voor hoofdstuk 5 voerde ik in november en december gesprekken met mensen uit de praktijk, vier leraren en één directeur uit het basisonderwijs, één uit het voortgezet onderwijs en één lerarenopleider. Het gaat me in dit hoofdstuk om de vraag: hoe komen we tot een diepe praktijk, voorbij oppervlakkigheid en snelle ‘opbrengsten’? Het bijna ongrijpbare verschijnsel van de stilte speelt hierbij volgens mij een belangrijke rol. Stilte maakt het mogelijk dat opgedane kennis kan ‘inzinken’ en verinnerlijken. Stilte heeft zeker een traditie in het onderwijs: voor zowel Maria Montessori als Peter Petersen, grondlegger van het jenaplanonderwijs, was het een belangrijke, wezenlijke pijler van de vorming van kinderen.

*Eind december 2021: het manuscript nadert zijn voltooiing. De mensen die ik heb geïnterviewd voor het boek heb ik hun uitgewerkte teksten gemaild. Ik ben benieuwd naar hun reacties, evenals naar die van de meelezers!

*Medio januari 2022: verschillende meelezers hebben hun reacties gegeven en die ben ik aan het verwerken. Ook ben ik via via op het spoor gekomen van verschillende publicaties van Verhoeven die via openbare bronnen niet makkelijk toegankelijk zijn. Deze ben ik nu ook in de tekst aan het weven. Langzamerhand vormt zich de eerste versie van het manuscript.

*Af! Op 31 januari 2022 zond ik het manuscript naar Uitgeverij Garant. Op 10 februari al kreeg ik bericht: we willen het graag uitgeven! Hoera! En nu richting de zomer (met nog de nodige tussenstapjes, zoals omslag bedenken, redactieslag, drukproef en zo nog e.e.a.)

* Mei 2022: drukproeven! Altijd weer een leuk karweitje….

Rondom Rondom Cornelis Verhoeven

Rondom het boek ontplooide ik verschillende activiteiten.

*Op zaterdag 12 februari 2022 verscheen in Trouw een opiniestuk van mijn hand onder de titel: ‘Spieken een probleem? Vraag je eens af waarom leerlingen dat doen‘. Je kunt de link hier openen en het stuk lezen: https://www.trouw.nl/opinie/spieken-een-probleem-vraag-je-eens-af-waarom-leerlingen-dat-doen~b7642c7b/ (Dit bericht is inmiddels meer dan 5000 x bekeken… en enkele malen opnieuw gedeeld. Zowel op het ‘origineel’ als op de gedeelde posts kwamen veel positieve reacties.)

*Bovengenoemd stukje (600 woorden) breidde ik uit tot een essay van ruim 1500, onder de titel ‘Onderwijs geven is geen productie draaien’. Het verschijnt eind mei 2022 in het Vlaams-Nederlandse onderwijsblad OnderWijsTijd.

*Op 25 maart 2022 nam Tjip de Jong een audio-videocast met mij op, de Tjipcast, waarin alvast een prominente rol voor het denken van Verhoeven is weggelegd. Op 10 april 2022 online gezet en hier te bekijken/beluisteren: https://tjipcast.nl/filosofie/is-het-tijd-voor-meer-vertraging-in-filosofie-en-onderwijspraktijk-tjipcast-173-met-joop-berding/

Lezen van, over en rond Verhoeven

*Mijn allereerste leeservaring met Verhoeven was in november 1974. Toen zag ik in een boekwinkel zijn Inleiding tot de verwondering liggen. Wat een titel, dacht ik. Op dat moment was ik 20 en net begonnen, naast mijn werk als onderwijzer in mijn eerste jaar, met de studie Pedagogiek MO-A. Daarin kwamen ook filosofie en ethiek voor, vrijwel nieuwe gebieden voor mij. Dus ik begon met veel interesse aan het boek en was tamelijk overdonderd. Dat je op zó’n manier kon denken! (en schrijven) Ik vond het een pittig boek. Ik las het toch uit en daarna kocht en las ik meer van Verhoeven, maar pas in 2019 ging ik er serieus iets mee doen. In mijn boek Opvoeding en onderwijs tussen geduld en ongeduld wijd ik een forse paragraaf aan zijn werk. Voor het denken over dit onderwerp is hij een echte inspiratiebron.

*Voor het boek waar ik nu aan schrijf, (her)lees ik behoorlijk veel van Verhoeven; zie de stapel op de foto. Dat brengt me veel mooie inzichten. Als je bijvoorbeeld over onderwijs als ‘geschenk’ nadenkt, kom je, mét Verhoeven, op woorden als ‘geschenk’, ‘schenken’, ‘aandacht’ enz. Hele ‘woordnetwerken’ ontvouwen zich. Zo krijgt zo’n begrip veel reliëf en diepte. Hieronder ga ik nog wat door op het leesproces.

*Ik las van Verhoeven het recent uitgebrachte Alledaagse mijmeringen (2021), een keuze uit circa 200 teruggevonden korte essays uit midden jaren 50. Er komen onderwerpen voorbij als muziek, heimwee, levenskunst, burgerlijkheid en boekenbezit. Alhoewel deze bespiegelingen uit het begin van Verhoevens loopbaan zijn, zijn al de contouren zichtbaar van de scherpzinnige essayist en filosoof die hij later, in de jaren 60, zou worden.

*Daarna las ik een boekje uit 1991, Het besef. Woorden voor denken en zeggen, waarin Verhoeven met grote spitsvondigheid tientallen woorden van alle kanten beklopt, naar hun etymologie en naar wat ze ons te zeggen hebben over denken en zeggen. Bezinnen, beschouwen, mijmeren, peinzen, piekeren, uitleggen, stellen en voorstellen en nog veel meer passeren daarbij de revue. Een filosofisch idee ‘achter’ al deze woorden is dat men ze kan beschouwen als óf gedacht vanuit een actief construerend subject óf als iets wat objectief bestaat en als een geschenk kan worden aanvaard. De spanning hiertussen mag wel een van de grondthema’s van het denken van Verhoeven worden beschouwd. Met milde spot bekijkt hij bovendien de ‘parmantige’ woorden die vaak domineren in het wetenschappelijk discours en die som, maar dan met betekenisverandering, de weg naar de volkstaal hebben gevonden. Heerlijk!

*Vanwege het schrijven van mijn eigen boekje lees en herlees ik op dit moment veel van wat ik in mijn kast heb staan, wat ik nieuw aanschaf en leen van de bibliotheek. Om er enkele te noemen: Inleiding tot de verwondering; Tractaat over het spieken; Tegen het geweld; Alleen maar kijken en Voor eigen gebruik. Net binnen is een van de eerste boeken van Verhoeven: Het grote gebeuren uit 1966.

*Over Verhoeven is in de afgelopen jaren wel het een en ander geschreven en gepubliceerd. Heel informatief en nuttig zijn onder andere Op het tweede oog, onder redactie van Ben Schomakers; de beknopte biografie van Wil Derkse: Verhoeven, in de reeks ‘Kopstukken’; en de bundel Voorbij alle vanzelfsprekendheid van Verhoeven en Jacques De Visscher. Er is ook een mooie bundel van collega’s, promovendi en studenten, een liber amicorum, t.g.v. zijn afscheid als hoogleraar: Levende aandacht (1993).

*Op facebook las ik dat in februari 2022 een tweede deel verschijnt van Alledaagse mijmeringen. Mooi nieuws!

*Inmiddels, begin oktober 2021, nog weer heel wat meer gelezen van Verhoeven, o.a. het bundeltje Twaalf confidenties, postuum verschenen, met een mooi stukje over geven en nemen in het onderwijs en verder de wat grotere bundel Weerloos denken (1982), met enkele mooie teksten over verwondering, over filosofie en over de relatie tussen didactiek en filosofie.

*Een bijzonder boek is Voorbij het begin (1985), dat uit twee delen bestaat, ik lees het tweede, waarin de doorwerking van het antieke Griekse denken in allerlei thema’s wordt besproken, bijv. over de verhouding tussen leerling en meester.

*Ik lees ook om Verhoeven heen, nu het boek Lof der traagheid (2000/1998) van de Franse antropoloog Pierre Sansot. Een pleidooi voor een rustiger, maar zeker niet passief leven. Sansot bespreekt o.a. het ‘flaneren’, wat een ander zicht op de stad mogelijk maakt.

*Ook om Verhoeven heen, lees ik nu een prachtig en informatierijk boek van Charles Vergeer uit 1990 over Griekse filosofie: Eerste vragen (1990). Grote namen en grote thema’s, zeer inzichtelijk gepresenteerd, met veel aandacht voor de geheel andere wereld waarin de oude Grieken leefden en de (daardoor) heel andere taal die ze gebruikten. Wij gebruiken wel vaak dezelfde woorden, zoals ‘god’, ‘zijn’, ‘substantie’ enz enz, maar in de loop van 2,5 duizend jaar is er een enorme betekenisverandering opgetreden, soms zelfs meerdere. Bovendien kenden de de oude Grieken bepaalde concepten nog helemaal niet, zoals ‘subject’ en kenden ze dus ook geen subject-objectonderscheiding. Ik herken bij Vergeer soms dezelfde onderwerpen als bij Verhoeven, interessant om deze parallellen verder te verkennen.

*Mensen in een grot uit 1983 is het boek van Verhoeven waarin hij het meest uitgebreid en diepgaand stilstaat bij wat wel de funderende tekst uit de westerse filosofie mag worden genoemd: de allegorie van de grot van Plato, in diens Politeia (De Staat). Verhoeven legt dit verhaal op de vierkante millimeter uit, zeer leerzaam en verrijkend.

*Om Verhoeven heen lees ik van Antoon Van den Braembussche het mooie boek De stilte en het onuitsprekelijke en van Rüdiger Safranski het wat anders georiënteerde, maar zeer lezenswaardige boek over Tijd. Hoe tijd en mens elkaar beïnvloeden. Daarnaast, een beetje een zijlijn, een prachtig geïllustreerd boek van Antoon Erftemeijer, Kunst is om te huilen, over hoe sinds de antieke tijd op kunst(uitingen) wordt gereageerd – en dat is beslist niet alleen in stille verwondering…

*Van Verhoeven zelf blijf ik ook maar lezen: in december/januari Een inleiding in de filosofie uit 1998, de bundel Een velijnen blad uit 1989 en een inleiding in de metafysica onder de titel Het dat, het wat en het waarom uit 1996. Het eerste en het derde zijn gebaseerd op lessen en colleges, met een belangrijke rol voor antieke en klassieke filosofen als Plato, Aristoteles, Leibniz en Heidegger. Geen gemakkelijke kost overigens, want bijv. in het geval van laatstgenoemde is het hele hoofdstuk gewijd aan één zin uit oeuvre. Deze wordt dan ook tot op het bot ontleed. Het middelste, een bundel dus met deels eerder gepubliceerde essays, bevat ook één van de (vele) insnijdende teksten van Verhoeven over onderwijs, onder de titel Aanleren en afleren.

*Heerlijk is en blijft Een vogeltje in mijn buik, oorspronkelijk uit 1976, over de taalontwikkeling van Verhoevens dochter Neeltje (Nena). Voor zijn observaties en reflecties ruil ik graag veel van de hedendaagse boeken over pedagogiek in. Eigenlijk zou dit boek verplichte literatuur moeten zijn voor ieder die een opleiding volgt voor het werken met (jonge) kinderen.

%d bloggers liken dit: